3 manieren die je helpen om gebruikers te betrekken in het ontwerpproces

Noem het participatie, noem het gebruikersonderzoek. De essentie van deze termen is dat de gebruiker wordt betrokken in het ontwerpproces van (bijvoorbeeld) interieur. Het doel van het betrekken van de eindgebruiker is een ontwerp dat beter aansluit op de eindgebruiker en/of draagvlak bij de gebruikers. Maar hoe doe je dat dan? Hieronder 3 dingen die mij helpen om een participatie traject goed voor te bereiden.

Voordat we naar de drie punten rennen, wil ik even stil staan bij waarom je gebruikers wilt betrekken in je ontwerp. Wees er zeker van dat jij het zelf bent die de gebruiker in jouw ontwerpproces wilt betrekken. Als je er geen zin in hebt, begin er dan (zelf) niet aan. Gebruikers betrekken omdat je vindt dat het ‘hoort’, omdat het goed verkoopt of omdat jouw opdrachtgever dit zo graag wil, zijn een goed recept voor een slecht huwelijk tussen jou en de eindgebruiker.

Persoonlijk zie ik veel voordelen van het (op de juiste manier en het juiste moment) betrekken van gebruikers in ontwerp processen. Aan de andere kant kan ik begrijpen dat niet alle ontwerpers daar op zitten te wachten. Als dat het geval is, adviseer ik je om er niet aan te beginnen en jezelf een hoop stress te besparen. Ontkom je er niet aan, overweeg dan om een derde partij dit voor je te laten doen, zodat je zelf niet aan de slag moet.

Voor de interieurontwerpers die wel zelf aan de slag willen, hier een 3 dingen die ik geleerd heb in de verschillende participatieprojecten die ik begeleid heb.

1. Inventariseer vooraf hoe de verhoudingen tussen de deelnemers liggen

Het kan goed zijn dat er in de groep ‘oud-zeer’ aanwezig is. Denk aan frustratie over eerdere projecten die niet naar wens zijn verlopen, een botsing tussen management en de werkvloer of onderlinge persoonlijke vetes. Dit zijn onderwerpen die niet per se iets met jouw (toekomstige) werk te maken hebben, maar wel tijdens het participatie traject van invloed kunnen zijn.

Ik heb geen gouden regel hoe je hiermee om kunt gaan (daarvoor verschillen de onderwerpen teveel), maar ik heb wel geleerd dat ik het erg fijn vind om te weten hoe de verhoudingen liggen. Je herkent daardoor de verstoorde verhoudingen sneller tijdens het proces en je kunt er beter op reageren.

Dat er verstoorde verhoudingen zijn, kan ook een aanleiding zijn om een gespreksleider in te stellen, die bewaakt dat mensen ‘opbouwend’ blijven. Hierdoor kun jij je richten op de dingen die belangrijk voor je zijn.

2. Wees voor jezelf en de gebruiker duidelijk wat je met hun input gaat doen en communiceer dit

Vooraf is het goed om stil te staan bij de vragen wat je wilt weten van de gebruikers en wat je met deze input gaat doen. Het kan voor jou heel logisch zijn hoe je het gaat aanpakken, maar voor de gebruikers is dat niet. Het zou zonde zijn als zij verwachten dat ze, bij wijze van spreken, mogen bepalen welk kleuren er gebruikt gaan worden en jij wilt eigenlijk alleen weten hoe ze graag willen werken.

Andersom kan ook het geval zijn: door eerdere slechte ervaringen met participatie trajecten, kan er bij de deelnemers een sceptische houding zijn. “Ja, ja, instemming. Dat wij mogen zeggen wat we willen en dat de ontwerper dan toch doet wat hij wil”, is een gedachte die ik ook wel eens ben tegen gekomen.

Het is daarom belangrijk om vooraf en tijdens het proces helder te communiceren over wat je wilt weten, hoe je dit gaat gebruiken en hoe de deelnemers op een later moment worden betrokken.

Dit betekend ook dat je de juiste vragen moet stellen. Als je gaat vragen naar de gewenste kleur op de muur, wees er dan op voorbereid dat je 10 verschillende meningen gaat krijgen. Ik denk dat je hier niet zoveel aan hebt. Het is voor jou bijvoorbeeld interessanter om er achter te komen wat hun gewenste manier van werken is en wat hun frustreert.

Ook zullen de deelnemers onderwerpen op tafel leggen die weinig met jouw opdracht te maken hebben. Wees hierover duidelijk wat je met deze input doet. Meestal noteer ik die punten, geef ze door aan de opdrachtgever met het dringende doch vriendelijke advies om hier wat mee te doen en vertel de deelnemers dat ik ze doorgeef.

3. Werk met verschillende methodes

In Nederland zijn we dol op discussie. We zijn er alleen niet zo goed in, is mijn ervaring. Voor jou als ontwerper is dat vervelend, want je wilt geen lange discussies krijgen over triviale onderwerpen. Zonde van jouw spaarzame tijd.

Een van de problemen met discussie is dat we vaak verschillende dingen bedoelen met hetzelfde woord. Wat de één bij veiligheid moet denken aan hekken en camera’s, denkt de ander aan een gastheer en slechte verlichting. Daarom helpt het om jezelf aan te leren de hele tijd door te vragen. Dit voelt de eerste keren misschien gek, maar daardoor krijg je veel beter duidelijk wat mensen bedoelen.

Ook helpt het om andere vormen dan discussie te gebruiken. Door de discussie visueel te maken, ‘dwing’ je gebruikers om hun ideeën concreet te maken. Tekenen is vaak iets te hoog gegrepen, maar knippen en plakken uit tijdschriften werkt bijvoorbeeld prima. Bovendien gaan mensen hierdoor meer samenwerken en vinden ze dit vaak een erg leuke vorm van werken.

Ieder proces is anders

Een gouden format voor participatie bestaat niet, ieder proces is anders en vraagt daarom om maatwerk. Ik denk wel dat bovenstaande punten je kunnen helpen om het proces te versterken. Heb je zelf goede ervaringen of tips? Deel ze hieronder!

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *